Deze derde dag begint met een liefdesbrief van een man aan zijn vrouw. Wat me raakt is hoe hij in alle vezels verlangt om haar op handen te dragen. Vanuit deze mindset staan we stil bij de verschillen tussen man en vrouw. Het is fascinerend hoe ik als vrouw wel gelijkwaardig ben aan de man, maar zeker niet gelijk. Het kennen van deze verschillen, kan het verschil maken in een relatie. Hij draagt mij op handen: hij steunt mij, hij hoort mij en ziet mij. En ik als vrouw? Ik eer hem, dat wil zeggen: ik vertrouw hem, ik accepteer en waardeer hem.
Na een werkdag blijkt bij een vrouw het gehalte van het hormoon oxytocine laag en moet nodig worden bijgevuld. Dat kan ze doen door te gaan zorgen (bijvoorbeeld eten koken), bellen met een vriendin, of onder de douche te gaan en zich op te tutten. Als een man thuis komt, moet zijn testosteron nodig worden aangevuld. Dat gebeurt door even op de bank te hangen met zijn telefoon of een krantje. Lekker even laten zitten dus, die man, terwijl ik het eten kook en ondertussen met mijn dochter praat!
Later die week tref ik, als ik thuis kom, een bende in huis aan van twee pubers. Lamlendig hangen ze voor de tv. Ik heb de neiging gelijk te gaan mopperen, maar weet me (enigszins) in te houden. Tegen de tijd dat ik het eten klaar heb, ben ik alweer in een veel betere stemming en kunnen we het er rustig over hebben. Handig, nieuwe inzichten die ik meteen kan toepassen.

Er gebeurt veel deze dag. Van te voren had ik niet kunnen denken, dat drie ACHSA dagen al zoveel zouden doen schudden in mij. Eén van de opdrachten laat dit gelijk al zien.
Op een tafel staat een enorme hoeveelheid speelgoeddieren klaar. De opdracht is om een dier te kiezen, wat staat voor hoe we ons de afgelopen periode hebben gevoeld en een dier voor hoe we ons het liefst hadden wíllen voelen.
Aan het eind van dag twee voelde ik me klein. Ik had letterlijk het gevoel door mijn hoeven te zakken en dat alles wankelde om me heen. Daarom kies ik een schattig baby-hert, bambi. Dat geeft voor mij precies weer hoe ik me wiebelig op mijn benen voelde en wegzakte, hulpeloos en alleen. Het andere dier wat ik kies, is een giraffe. Ik ben altijd onder de indruk van de giraffen in de dierentuin. Ik kijk graag naar hoe ze hun tijd nemen om rustig overeind te komen om vervolgens poot voor poot, statig rechtop te gaan staan. En als ze vervolgens hun nek uitsteken, zijn ze altijd weer imposanter dan het eerst lijkt.
Na de vorige ACHSA dag, zat ik ook op de grond. Maar heel rustig ga ik de dagen daarna, stap voor stap, weer staan, steeds steviger. Ook ik heb, net als de giraffe, tijd nodig. En mijn koppie staat dan ook nog niet helemaal omhoog. Ik mag nog oefenen en leren om mijn nek uit te steken. Niet hoog verheven en arrogant, maar simpelweg om de ruimte in te nemen die bij mij past. Precies zoals uit de 360 graden feedback ook naar voren komt.
Dat uitsteken van mijn nek, vind ik wel een klus. Hoe doe je dat eigenlijk, je ruimte innemen? Op je eigen terrein blijven, maar niet klein worden. Ruimte innemen, maar de ruimte van de ander respecteren. ’s Middags doen we een oefening met een touw en experimenteren we met de grootte van onze eigen ruimte. Een ruimte waarin al mijn gaven en talenten zichtbaar worden. Nog nooit eerder ben ik me zo bewust geworden van het feit dat ik me veel op het terrein van de ander begeef. Ik laat me leiden door de verwachtingen die ik denk dat anderen van mij hebben, door wat ik denk dat de ander zal denken, vinden, voelen of nodig heeft. Mijn eigen verlangen smoor ik vaak in de kiem en laat ik overstemmen door al die door mij ingevulde verwachtingen van anderen.
En als ik dan mijn nek uitsteek en denk mijn ruimte in te nemen, blijk ik toch weer stiekem met de ander bezig geweest te zijn. Ik realiseer me ineens dat ik de ander heel graag geef wat ik zelf niet gehad heb. Maar voordat ik dat ontdek voelt het als een dreun: ik doe zo mijn best! Een dreun, omdat ik met al mijn goede bedoelingen, toch niet voldoe aan de verwachtingen van de ander. En dat doet zeer. Volgens mij heb ik mij bij mijn geboorte voorgenomen dat ik altijd zal voldoen aan die verwachtingen van de ander. Het zit in al mijn porien. Ik lijk wel niet anders te kunnen: eerst de ander, in de hoop dat de ander dán mij ruimte geeft. Ik rol van onbewust onbekwaam naar bewust onbekwaam. Weer een verdieping op de ontdekking van de vorige keer. Nu mag ik gaan oefenen. Geen idee. Ik begin met heel dicht bij mezelf blijven. Ik wil mijn gevoel, naar mijn verlangen en wat ik nodig heb, heel serieus gaan nemen. Want ik weet niet goed wat over mij gaat en wat over de ander. Ik zal stap voor stap moeten gaan ervaren wat dat zal brengen.
Ik heb wel een vermoeden: iets met rust en ruimte; ruimte om mijn nek uit te steken en tot volle tot bloei te komen.
