Dag 2 komt er aan. In voorbereiding daarop, vraag ik 10 mensen uit mijn omgeving om 360 graden feedback. Aan de hand van 4 vragen, worden mijn kwaliteiten, valkuilen, uitdagingen en allergieën beschreven.
Best spannend om zoveel mensen die ik ken te vragen dit voor mij te doen, maar van alle 10 krijg ik uitgebreide reacties terug. En wat een geweldige cadeaus zijn dat om te ontvangen!
Op een stralende dinsdag rijd ik het prachtige terrein weer op. De zon schijnt door de bomen, waardoor de schitterende herfstkleuren me glanzend tegemoet komen. Zou ik op deze 2e ACHSA dag ook die glans gaan ervaren? Wordt het opnieuw een dag met een gouden randje?
De introductie van de dag gaat als vanzelf over op de inhoud. Over hoe belangrijk het is je eigen pijn onder ogen te zien en te aanvaarden. Over je getraumatiseerde deel, wat kan gillen in je als je er aan wil komen. We luisteren “Erbarme dich” van Bach.
We kijken terug op de afgelopen weken en delen onze verhalen. Ik kijk om me heen naar al deze vrouwen. Als ik zo van de buitenkant naar ze kijk, zie ik vooral waar ze blij van worden. Maar wat mij opvalt, is dat elk mens ten diepste worstelt. Ik ontdek patronen bij mijzelf en bij de ander. Patronen om die worstelingen niet voelbaar of zichtbaar te maken De één heeft in vrijwel elke situatie de neiging om te helpen, te redden, te zorgen voor de ander. De ander valt stil als het lastig wordt of dichtbij komt en gumt daarmee zichzelf eigenlijk uit. Of laat zich door de ander uitgummen. Ieder mens blijkt zo op zijn eigen manier te reageren, om zo de pijn van het kind in haar te voorkomen en niet te hoeven voelen. Vanuit die oude pijn, probeer ik mijzelf te beschermen tegen nieuwe pijn.
“Op je eigen terrein blijven”, is de zin die steeds terugkomt. Want eigenlijk hebben we allemaal last van het invul virus: de ander zal wel denken, de ander zal wel vinden, de ander verwacht vast dat ik… Het is indrukwekkend hoe leidend onze overtuigingen van vroeger zijn voor ons gedrag van vandaag.
“ Als ik zorg, dat de boel rustig blijft, gebeuren er geen gekke dingen”
“ Als ik nou zorg dat ik niet teveel opval, kan ik ook niets verkeerd doen’
“ Ze willen graag dat ik leuk en aardig ben, dus pas ik me aan en hou me gedeist.”
“ Als ik nou goed mijn best doe, dan zien ze me wel staan”
We praten veel en belanden van het ene verhaal in het volgende. Voor alle zeven is er wel een moment waarop we worden stil gezet, worden geraakt of tot een nieuw inzicht komen over onszelf.
Voor mij wordt pijnlijk duidelijk hoe ikzelf geleid word door allerlei overtuigingen, waarvan ik niet eens wist dat ik ze had. Het is overweldigend om in de groep een spiegel voor te krijgen. Het is als een pleister, die er in één keer af gaat. Of als het harsen van je bovenlip. BAM! Even ga ik door de grond en staat alles stil. De wond ligt open, zichtbaar voor iedereen. En dat, terwijl ik altijd zo mijn best heb gedaan hem te verbergen. Dit maakt dat het deze keer wèl gebeurt: ik begin te verzuipen in mijn gevoel. De vaste grond onder mijn voeten veranderd in drijfzand. Al die kwaliteiten vanuit de feedback, kloppen die dan wel? Of zijn ze slechts instrumenten om leuk en aardig te zijn?
Waar ik na dag 1 vol energie naar huis ging, voel ik me nu leeg en verslagen.
De volgende dag begint stukje bij beetje het kwartje te vallen. Wanneer ik ruimte voor mezelf heb gevraagd, schrik ik er vervolgens van terug. Bang om te veel ruimte in te nemen en de ander te belemmeren. En wie weet, ben ik dan wel niet meer leuk of aardig. En dat was nou net mijn levensmissie. Leuk en aardig zijn. Want is dat niet precies wat een nakomertje zou moeten doen, leuk en aardig zijn?
Een dag of twee ploeter ik in het drijfzand. Dan voel ik langzaam maar zeker weer wat vaste grond ontstaan. Mijn kwaliteiten mogen gewoon blijven staan, daar hoeft niks vanaf. Het gaat er om, hoe ik ze inzet. Doe ik dat als volwassene of toch als kind, om weer leuk en aardig te zijn? En wat als dat nou gewoon niet meer hoeft, leuk en aardig zijn?
Met een leeg gevoel naar huis gaan, is niet wat ik zou omschrijven als een dag met een gouden randje. Maar het voordeel van leegte, is dat er ruimte ontstaat voor iets nieuws.
En dat geeft alsnog energie. Laat dat nieuwe maar komen.
De confrontatie is pijnlijk, het drijfzand doodeng.
Maar onder het drijfzand, zit vaste grond.
En het zicht daarop, geeft hoop.
Het gaat niet vanzelf en kost misschien tijd.
Maar voor nu is het drijfzand veranderd in drijfzand met een gouden randje.
